Docentenhandleiding

2. Wat hebben we beleefd?

Doel
Door te reflecteren op een kunstervaring vormen kinderen blijvende, persoonlijke en betekenisvolle herinneringen. Praten over kunst zet aan tot vragen stellen, inleven en verbeelding.

Kerndoel 55 Kunstzinnige oriëntatie
De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

Tijd: 13 minuten

Denk terug aan de voorstelling

Bespreek kort wat de leerlingen hebben gezien, gehoord en onthouden hebben.
Daarna kun je doorgaan met het nagesprek adhv de volgende slide.

Nagesprek

Vraag de leerlingen wat ze nog meer gezien en beleeft hebben in de voorstelling.
Gebruik eventueel de volgende vragen:

1. Persoonlijke ervaring – de beleving van de kinderen

  • Wat vond je mooi?
  • Wat vond je spannend?
  • Waar moest je om lachen?
  • Wat vond je niet leuk?

2. De voorstelling – Wat heb je gezien en gehoord?

  • Wat heb je gezien? (denk aan: decor/kostuum/attributen/licht)
  • Wat heb je gehoord? (denk aan: geluid/muziek)

Bespreek met de leerlingen dat er geen goed of fout antwoord is. Je hebt allemaal dezelfde voorstelling gezien, maar het leuke is dat hoe je het vond voor iedereen anders mag zijn.

3. De makers – Onderwerp en betekenis

  • Waar ging de voorstelling over?
  • Welke vragen heb je als je aan de voorstelling terug denkt?

nb. Bespreek met de leerlingen of ze dingen herkende in hun eigen leven (denk aan 'leken de personages uit de voorstelling op iemand die je kent' of 'eet jij ook wel eens soep met ballen?')

Als er vragen zijn vinden we het heel leuk als je die met ons deelt (educatie@hetfiliaal.nl)

Je gebruikt een verouderde browser!

Update je browser om deze website correct te bekijken.

Update mijn browser nu Sluiten