cursor
Docentenhandleiding

Na de voorstelling

Doel
Door te reflecteren op een kunstervaring vormen kinderen blijvende, persoonlijke en betekenisvolle herinneringen. Praten over kunst zet aan tot vragen stellen, inleven en verbeelding.

Kerndoel 55 Kunstzinnige oriëntatie
De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflectere

Tijd: 20 minuten

Terugkijken

Nagesprek
Geef de kinderen ruimschoots de gelegenheid om te reageren op wat ze gezien, gehoord en beleefd hebben. Bespreek met de kinderen wat ze nog weten van de voorstelling. Hierbij kun je de voorstellingsfoto's gebruiken in de volgende slide.

De reflectievragen zijn in vier categorieën ingedeeld. Deze categorieën kun je gebruiken om een lijn in het nagesprek te brengen, maar dat hoeft natuurlijk niet.

Even terughalen

Hier zie je vier scène-beelden van de voorstelling. Weten de kinderen nog wat er in die scènes gebeurde?

Let op: je kunt doorklikken naar de volgende scène-foto op het digibord.

Nagesprek

1 Ik: Persoonlijke ervaring – de beleving van de kinderen

  • Wat vond je mooi?
  • Wat vond je spannend?
  • Waar moest je om lachen?
  • Wat vond je niet leuk?

2 De voorstelling – Wat heb je gezien en gehoord?

  • Wat heb je gezien? (denk aan: decor/kostuum/attributen/licht)
  • Wat heb je gehoord? (denk aan: geluid/muziek)

3 De makers – Onderwerp en betekenis

  • Was er iets in de voorstelling dat je wel eens eerder gehoord, gezien of gevoeld hebt?
  • Waren er dingen in de voorstelling die je nog nooit gehoord, gezien of gevoeld hebt?
  • Ging je ergens over nadenken door de voorstelling? Waarover ging je nadenken?

4 De wereld – De voorstelling in de context van onze tijd

  • Was er iets in de voorstelling waar je aan moest denken? Iets dat echt gebeurd is bijvoorbeeld bij jullie thuis of op school?
Je gebruikt een verouderde browser!

Update je browser om deze website correct te bekijken.

Update mijn browser nu Sluiten