1.2 Verschillend of hetzelfde?
Doel
De leerlingen leren thema's uit de voorstelling te koppelen aan hun eigen omgeving en hun gedachten te verwoorden door middel van beweging.
Kerndoel 3
De leerlingen leren informatie te beoordelen in discussies en in een gesprek dat informatief of opiniërend van karakter is en leren met argumenten te reageren.
Kerndoel 38
De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.
Benodigdheden
- Digibord
- Printer
- Geprinte dierenplaatjes
Raadspel: Welke dieren zijn hetzelfde?
Geef elke leerling een kaartje van de stapel die je eerder hebt klaargelegd. De leerlingen moeten hun dier(plaatje) nog geheim houden voor de rest.
Spelregels
- De leerlingen lopen kriskras door het lokaal (of zittend en kinderen laten doorschuiven naar ander tafelgroepje).
- Als de leerkracht klapt, komt iedereen zo snel mogelijk in een kring staan. Wijs één kind aan dat in de kring mag gaan staan.
- De leerkracht stelt onderstaande vragen. Als het kind in de kring ‘ja’ zegt mogen de leerlingen die de vraag ook met 'ja' kunnen beantwoorden ook in de kring gaan staan.
- Als er een aantal kinderen in de kring staan, zegt de leerkracht ‘Rara welk dier ben jij?’. Dan beelden die kinderen één voor één hun dier uit en komen op de klap weer in de kring staan.
Vragen:
Heeft jouw dier...
- een lichte/ donkere kleur?
- lange/ korte poten?
- lange/ korte staart?
- wollige/ gladde vacht?
enzovoorts.
Is jouw dier...
- een dag-/ nachtdier?
- snel/ langzaam?
- groot/ klein?
enzovoorts.
Houdt jouw dier van...
- gras/ zaadjes/ vlees/ schillen eten?
- door de modder rollen?
- van klauteren?
- van lekker hoog?
- dicht bij de grond?
- vies worden?
- schoon zijn?
- mensen?
- van aaien/knuffelen?
enzovoorts.
Woont jouw dier...
- een boom?
- in een hok?
- in een stal?
- in een wei?
- in een hol?
- in een nest?
enzovoorts.
Kan jouw dier...
- piepen?
- knorren?
- snuffelen?
enzovoorts.
Suggesties voor nabespreken
- Bespreek dat er ontelbaar veel groepjes te maken zijn en dat sommige dieren dezelfde dingen hadden, maar dat je die niet aan de buitenkant kon zien. Dat is ook zo bij mensen. Jij hebt ook vast iets dat je klasgenootjes misschien niet weten en dat je aan de buitenkant niet kan zien, maar dat wel echt bij jou hoort. Iedereen is uniek. De ene keer valt dat meer op in een groep dan de andere keer. Soms is dat fijn en soms kun je je daar verdrietig of alleen door voelen.
- Geef ruimte aan leerlingen om met voorbeelden te komen en geef eventueel een voorbeeld van jezelf. Of je nou een dier bent of een mens: je mag jezelf zijn, van binnen èn van buiten.
Boekentips: Het lammetje dat een varken is en Kamiel de kameel, geschreven door Pim Lammers
Extra informatie voor de leerkracht
Wist je dat in Zweden de kleuterklassen ‘gender-neutraal’ zijn ingericht, zonder stereotype speelgoed of hoeken die onderscheid maken tussen typische jongens- en meisjesactiviteiten?
Lees er hier meer over:
https://www.famme.nl/zweden-genderneutrale-kleuterscholen/
In de documentaire-serie 'No more boys and girls' van de BBC probeert een dokter de grenzen tussen jongens en meisjes op te heffen op een basisschool
Bekijk het fimpje Pim Lammers, schrijver LHBT-kinderboek ‘Het lammetje dat een varken is’ (youtube.com) voor meer info over het ontstaan van het boek Het lammetje dat een varken is.
Naar het theater gaan
Vraag de kinderen of ze wel eens naar het theater gaan. Wat voor voorstelling(en) hebben ze gezien? Hoe vonden ze dat?
Attitude
Theater is een wisselwerking tussen acteurs en publiek. Het publiek en de acteurs maken samen de voorstelling. Hoe beter het publiek, hoe beter de voorstelling, des te meer plezier voor het publiek, en dus ook voor de spelers.
Sommige kinderen zullen bij theater in eerste instantie aan het tempo moeten wennen. Er zijn geen snel gemonteerde camerawisselingen, wel taal, spel en muziek met een eigen dynamiek. Er kan niet gezapt worden als het beeld even verveelt, en op alles reageren stoort medekijkers. Dat kan wennen zijn, zeker voor leerlingen zonder theaterkijkervaring. Als jij geconcentreerd kijkt, kan een acteur zich helemaal focussen op zijn spel en gaat hij dus beter spelen. Als er onrust is in de zaal (gekletst wordt of commentaar wordt gegeven), kunnen de spelers zich minder goed concentreren en wordt de voorstelling minder goed.
Kortom: Hoe meer respect en aandacht jij als publiek aan een voorstelling geeft, hoe beter de voorstelling wordt.
Spelregels theaterbezoek
Er zijn een aantal spelregels waar alle bezoekers zich aan houden. Die zijn handig om te bespreken:
- De voorstelling begint op een afgesproken tijd.
Als je te laat bent, dan mag je niet meer naar binnen. - Mobiele telefoons moeten in het theater worden uitgezet. Ze kunnen leiden tot technische complicaties waardoor het geluid van de voorstelling verstoord wordt.
- Tijdens de voorstelling kun je niet naar het toilet. Zorg ervoor dat je van tevoren (op school of in het theater) al geweest bent.
- Jassen en tassen hang je aan de kapstok of geef je af bij de garderobe. Soms mogen ze mee de zaal in en dan kun je je jas en tas onder de stoel leggen.
- Het is in de theaterzaal niet toegestaan foto- en video-opnames te maken.