Docentenhandleiding

2. Wat hebben we beleefd?

Doel
Door te reflecteren op een kunstervaring vormen kinderen blijvende, persoonlijke en betekenisvolle herinneringen. Praten over kunst zet aan tot vragen stellen, inleven en verbeelding.

Kerndoel 55 Kunstzinnige oriëntatie
De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

Tijd: 15 minuten

Nagesprek

Nagesprek
De reflectievragen zijn in vier categorieën ingedeeld. Deze categorieën kun je gebruiken om een lijn in het nagesprek te brengen, maar dat hoeft natuurlijk niet.

1. Persoonlijke ervaring – de beleving van de kinderen

  • Wat vond je mooi?
  • Wat vond je spannend?
  • Waar moest je om lachen?
  • Wat vond je niet leuk?

Bespreek met de leerlingen het verschil tussen observatie en interpretatie. Hoewel iedereen dezelfde voorstelling heeft gezien, ervaar je het toch allemaal anders.

2. De voorstelling – Wat heb je gezien en gehoord?

  • Wat heb je gezien? (denk aan: decor/kostuum/attributen/licht)
  • Wat heb je gehoord? (denk aan: geluid/muziek)

Het is interessant om hierbij te bespreken welk effect het decor, het kostuum, de muziek, de attributen en de speelstijl hebben. Waarom zouden de makers van de voorstelling hiervoor hebben gekozen?

Het kan leuk zijn om ieder kind 1 woord te laten kiezen om de voorstelling te beschrijven. Al deze woorden samen omvatten dan waar de voorstelling over gaat.

Je gebruikt een verouderde browser!

Update je browser om deze website correct te bekijken.

Update mijn browser nu Sluiten