Docentenhandleiding

5. Na de voorstelling

Doelen
Door te reflecteren op een kunstervaring vormen kinderen blijvende, persoonlijke en betekenisvolle herinneringen. Praten over kunst zet aan tot vragen stellen, inleven en verbeelding.

Tijd: 15 minuten

Waar zijn dagen voor?

Nagesprek

Vraag de leerlingen wat ze nog meer gezien en beleeft hebben in de voorstelling.
Gebruik eventueel de volgende vragen:

1. Persoonlijke ervaring – de beleving van de kinderen

  • Wat vond je mooi?
  • Wat vond je spannend?
  • Waar moest je om lachen?
  • Wat vond je niet leuk?

2. De voorstelling – Wat heb je gezien en gehoord?

  • Wat heb je gezien? (denk aan: decor/kostuum/attributen/licht)
  • Wat heb je gehoord? (denk aan: geluid/muziek)

Bespreek met de leerlingen het verschil tussen observatie en interpretatie. Hoewel iedereen dezelfde voorstelling heeft gezien, ervaar je het toch allemaal anders.

3. De makers – Onderwerp en betekenis

  • Waar ging de voorstelling over? (let op, er bestaat geen goed/fout antwoord, dit is voor iedereen anders.)
  • Moest je door de voorstelling ergens anders aan denken?

Vraag de leerlingen één woord te kiezen om de voorstelling te beschrijven.
Schrijf deze woorden als een woordwolk op het bord.

Bonus

Benieuwd hoe het masker van de voorstelling gemaakt is? Neem een kijkje in het atelier van Eva en bekijk het flimpje

Je gebruikt een verouderde browser!

Update je browser om deze website correct te bekijken.

Update mijn browser nu Sluiten